In het najaar van 1944 neemt het aantal gewelddadige incidenten in Rotterdam snel toe. De geallieerde troepen hebben na D-day, de invasie bij Normandië in juni dat jaar, intussen Frankrijk, België en Zuid-Brabant bevrijd. De spanning stijgt in Rotterdam. De Duitse bezetters willen voorkomen dat ze bij een strijd om Rotterdam ook vanuit de rug kunnen worden aangevallen en maken verwoed jacht op de verzetsgroepen in de stad. Andersom zijn er ook steeds meer liquidaties van foute Nederlanders door leden van het verzet, vaak met schietpartijen op straat.
In die gespannen sfeer verbergt het Rotterdamse verzet haar wapens op een oud tjalkschip in de Rotte. Aan boord zijn altijd enkele bewakers. Op 13 januari 1945 zijn er ook weer twee bewakers aan boord van het schip, dat dan ligt afgemeerd aan de kade bij de Crooswijksebocht. Die twee bewakers zijn de 27-jarige tuinderszoon Nicolaas Koers, schuilnaam Nico, uit Naaldwijk en de 24-jarige Johannes Pieter Hendrikse, schuilnaam Louis. Hendrikse werkt als kantoorbediende en hij woont in de Sonjéstraat 23-a. Hij is tijdens de bezetting eerst lid geworden van de Ordedienst (OD) en treedt later toe tot de Knokploeg (KP) Rotterdam.
Door verraad weten de Duitsers van de geheime wapenopslag aan boord van de tjalk. Ze overvallen de schuit. De twee bewakers worden volkomen verrast. Nicolaas Koers geeft zich over. Johannes Hendrikse probeert te ontkomen, maar wordt bij een vuurgevecht op straat neergeschoten en overlijdt ter plekke. De wapenopslagplaats van de Rotterdamse KP is in Duitse handen gevallen.
De dood van Hendrikse krijgt een opvallend staartje. Hendrikse had een briefje bij zich van een koerierster, met daarop het adres van degene bij wie hij zo nodig zou moeten rapporteren als er iets bijzonders aan de hand was. Dat briefje is niet vernietigd zoals had moeten gebeuren, Hendrikse heeft het bewaard. Het had de voorbode van nog meer onheil voor het verzet kunnen zijn, maar de politieman die het briefje vindt staat aan de goede kant. Hij gaat enkele dagen later langs bij het adres dat op het briefje staat met de boodschap: “Zaterdag is er op de Crooswijksekade een jongen doodgeschoten. Het lijk is na onderzoek door de Duitsers naar het bureau gebracht. Ik wil u waarschuwen in het vervolg wat voorzichtiger te zijn. Toen we zijn hand openbraken, vonden we dit.”
‘Dit’ is het bewuste briefje, dat Hendrikse blijkbaar tijdens zijn vluchtpoging in zijn hand had geklemd. De overval krijgt geen verdere gevolgen, met dank aan de agent. Ook voor Nicolaas Koers betekent zijn arrestatie uiteindelijk zijn dood. Hij wordt op 20 februari samen met negentien anderen bij de Coolsingel gefusilleerd. Dat is de Duitse reactie na een aanslag op een lid van de Sicherheitsdienst, een dag eerder. Bij Coolsingel 75 is een verzetskruis te vinden dat aan hun executie herinnert.
Johannes Pieter Hendrikse is op 20 januari begraven op de Algemene Begraafplaats Crooswijk. Na de oorlog wordt hij herbegraven op het Erehof van gesneuvelde verzetsmensen, eveneens op de Algemene Begraafplaats Crooswijk. Op de plek van zijn dood herinnert niets aan het gevecht dat daar heeft plaatsgevonden. Het verhaal staat beschreven in meerdere boeken over Rotterdams verzet tijdens de oorlogsjaren, maar in de wijk weet niemand meer wat er gebeurde.
Vindt u dat er op zijn minst een plaquette zou moeten komen die recht doet aan de gewelddadige dood van Johannes Pieter Hendrikse bij de Crooswijksebocht? We horen het graag van u. Wellicht zou er door middel van een bewonersinitiatief een herinnering kunnen komen aan de man die sneuvelde voor de vrijheid waar wij nog steeds in leven.
Reageren: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..