• Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

De Generaal van der Heijdenstraat

Crooswijk kent veel verborgen geschiedenissen. Achter sommige straatnamen gaat bijvoorbeeld een heel verhaal schuil. ‘Crooswijk op de Korrel’ staat deze keer stil bij de naamgever van een straat in Rubroek: generaal Karel van der Heijden.

Zijn naam mag dan oer-Hollands klinken, Karel van der Heijden was van half-Indische afkomst. Hij werd op 12 januari 1826 geboren in Batavia, als buitenechtelijke zoon van generaal De Stuers en een onbekend gebleven Boeginese vrouw. Hij werd vervolgens geadopteerd door het Nederlandse echtpaar Jean van der Heijden en Wilhelmina Siebing en groeide op in Nederland. Op 16-jarige leeftijd vertrok hij als vrijwilliger naar zijn moederland, waar hij als korporaal aan een militaire carrière in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) begon. Van der Heijden nam als sergeant deel aan de militaire expedities op Bali in 1848 en 1849, waarvoor hij de Militaire Willems-Orde kreeg.

‘Voorbeeldloze tuchtiging’

Van der Heijden maakte snel naam en werd in 1850 officier in het KNIL. Hij maakte militaire acties mee tegen Bandirmasin (ca. 1859) en tegen de Atjehse kraton in 1874. In 1867 werd hij majoor en militair commandant van Banka. In 1878 was hij als kolonel opnieuw bij acties tegen het opstandige Atjeh. De veldtocht duurde meer dan een jaar en was zeer bloedig, waarbij honderden kampongs werden platgebrand. De opdracht aan Van der Heijden was een ‘voorbeeldloze tuchtiging’. Volgens een schatting verloren 30.000 Atjehers het leven en deze veldtocht was destijds al omstreden. Hun velden werden verwoest, waarmee de bevolking afhankelijk werd gemaakt van het Nederlands bewind.

Van der Heijden kreeg nog verschillende onderscheidingen en werd uiteindelijk in 1880 bevorderd tot generaal. Hij keerde een jaar later definitief terug naar Nederland. Daar werd hij onder meer commandant van het Koloniaal Militair Invalidenhuis in Bronbeek. Ook werd hij adjudant van zowel koning Willem III als koningin Wilhelmina, tot hij op 26 januari 1900 overleed.

‘Kareltje Eenoog’

Karel van der Heijden raakte zelf verschillende keren gewond en verloor onder meer een oog, waardoor hij de bijnamen ‘Kareltje Eenoog’ en ‘Generaal Eenoog’ kreeg. Hij verloor ook één van zijn zoons tijdens de veldtochten in Indië.

In 1880, direct na de veldtocht tegen Atjeh, werd in Rotterdam een straat naar Karel van der Heijden vernoemd: de zijstraat van de Goudse Rijweg in Rubroek. Ook in Dordrecht kreeg hij een straatnaam.  In Arnhem werd in het jaar van zijn overlijden een monument voor hem opgericht, wegens zijn ‘verdiensten’ in de koloniën. Het is onbekend of Karel van der Heijden ooit heeft geweten wie zijn Indische moeder was.